Geen producten (0)

Wat is een Teleconverter en voor welke lenzen is het geschikt?

Wat is een Teleconverter en voor welke lenzen is het geschikt?

 

 










Met een teleconverter of extender vergroot je de brandpuntsafstand van je lens. Maar dit handige hulpstuk is omstreden. Heeft een teleconverter wel zin?

Een teleconverter of extender is een lens die je tussen de camera en het verwisselbare objectief plaatst. De teleconverter vergroot het centrale deel van het beeld, waardoor je een kleinere beeldhoek krijgt. Het lijkt dan alsof je met een lens met langere brandpuntsafstand werkt. Zet een 2x-teleconverter op een 300mm-telelens en je krijgt de beeldhoek van een 600mm-objectief. Handig toch?

Al sinds de uitvinding is de converter een omstreden hulpmiddel geweest. Voor de purist is het zoiets als een extra turbo op een Opel Astra, of smaakversterkers in verder smaakloze aardappelchips. De voorstanders zien het als een betaalbare manier om meer millimeters op hun telelens te krijgen, zij het met een concessie op de kwaliteit.


 
 

Voors en tegens

Het werken met een converter biedt voor- en nadelen. Je krijgt inderdaad meer ‘millimeters’ met een relatief geringe investering. De combinatie van een lens met teleconverter (bijvoorbeeld 300 mm en 2x-TC) is meestal ook lichter dan een lens met langere brandpuntsafstand (600 mm). En doordat het centrale deel van het beeld wordt uitvergroot, verdwijnt ook eventuele vignettering (donkere hoeken).

Nadelen zijn er echter ook. De teleconverter zorgt voor een verlies aan lichtsterkte van 1 stop (1,4x-converter) tot 2 stops (2x-converter). Een telelens van 300 mm met maximaal diafragma f/2,8 in combinatie met een 2x-TC geeft een effectieve brandpuntsafstand van 600 mm, maar met een effectief maximaal diafragma van f/5,6 (twee stops verlies).

Door het lichtverlies zal ook de autofocus trager werken. Afbeeldingsfouten van het objectief worden mee uitvergroot en kunnen de kwaliteit negatief beïnvloeden. Daardoor zijn teleconverters in de praktijk alleen bruikbaar met (kostbare) professionele telezooms en lichtsterke primeobjectieven.

Er zijn dus voor en nadelen, maar omdat een echte 600mm voor de meeste fotografen niet te betalen is – en eerlijk gezegd ook niet te transporteren – blijft de converter in trek.

Een teleconverter bevat een reeks lenzen die het centrum van het beeld uitvergroten.

 

Teleconverter of croppen?

Met de komst van de nieuwste generatie digitale reflexcamera’s met 24-36 megapixel dient zich nog een nieuwe vraag aan: levert ‘croppen’ met een goed objectief zonder converter geen beter resultaat op? Als je het centrale deel van een 36 megapixelfoto uitsnijdt, hou je immers nog genoeg pixels over voor een afdruk.

Om te testen waar bij de huidige stand van techniek de grens ligt, besloten wij het safaripark in te gaan met enkele combinaties die hopelijk verschillen aan het licht zouden brengen: de Nikon D800 met de f/2.8 70-200mm VRII- en f/2.8 300mm-objectieven. De gebruikte converter was de TC-20e III, de nieuwste en beste in combinatie met deze objectieven.

Een praktijktest levert soms andere resultaten dan een opstelling in een testlabo, maar geeft wel bevindingen die voor de gebruiker relevanter kunnen zijn. Voor wie uit is op een eenvoudig antwoord op de gestelde vraag, zal ik het alvast verklappen: soms is een converter onzin, in andere gevallen kan hij nut hebben. Waar liggen de grenzen bij de huidige stand van de techniek?

Een 1,4x-teleconverter verlengt de brandpuntsafstand met een factor 1,4 – ten koste van één stop lichtsterkte. Je houdt de helft van het licht over.

Een 2x-teleconverter verlengt de brandpuntsafstand met een factor 2 – ten koste van twee stops lichtsterkte. Je houdt een kwart van het licht over.

 

De praktijk: op safari met een converter

Met bijna 10 kg topfotomateriaal aangekomen in een zonnig safaripark zou je verwachten dat je in een halfuur een stel klasseplaten hebt. Helaas, dat valt tegen. De converter is nog niet eerder gebruikt en blijkt wat finetuning nodig te hebben. Alle foto’s zijn weliswaar redelijk scherp, maar niet van het verwachte niveau.

Op toestellen zoals een D700 en Canon 5D Mark 1 valt zoiets gewoon minder op, maar op een pixelmonster als de D800 is het allemaal een stuk kritischer. Afstellen dus en zorgen dat de optimale scherpstelling wordt behaald. Zonder dit werkje heeft een verdere test echt geen zin. De marges in de standaard-autofocusinstelling zijn groter dan de verschillen de je krijgt door de kwaliteit van de gebruikte lenzen.

Voor bewegende onderwerpen is een teleconverter minder geschikt. Het aantal missers wordt al gauw te groot doordat de autofocussnelheid en de autofocustracking te veel inboeten. Dat geldt niet alleen voor sport, maar bijvoorbeeld ook voor vliegende vogels. Ook het kaderen wordt natuurlijk een stuk lastiger. Verdwijnt een bewegend onderwerp uit de zoeker, dan wordt het door de langere brandpuntsafstand nog moeilijker om het weer in beeld te krijgen.

Zelfs vogels die relatief stil zitten, nemen regelmatig een andere houding aan, dus voor een directe vergelijking hebben we een dak gefotografeerd met de 70-200mm, met en zonder converter.

Met converter.
 

Zonder converter.

Het verschil is duidelijk. Er is bij de foto met converter sprake van wat chromatische aberraties (of kleurschifting is een optische fout van lenzen en lenzensystemen die ontstaat doordat licht van verschillende golflengten niet in dezelfde mate wordt gebroken aan de lensoppervlakken. De oorzaak hiervan is dispersie, een materiaaleigenschap van glas en van andere optische media), maar detail, ruis en kleur zijn duidelijk beter.

 

Welke objectieven gebruiken?

Zichzelf respecterende merken bouwen converters en objectieven zodanig dat alleen bepaalde combinaties passen. En als het past, dient de combinatie wel een lichtsterkte van rond f/5,6 te halen.

Er zijn natuurlijk toestellen die tegenwoordig trager maar betrouwbaar scherpstellen met een maximaal diafragma van f/8, maar als die lichtsterkte met een 2x-converter bereikt wordt, is de scherpte vaak ook niet meer optimaal.

 

Geschikt:

f/2.8 70-200 telezooms

f/2.8 300mm- en 400mm-objectieven.

f/4.0 500mm- en 600mm-objectieven (met 1,4x-converter)

f/4.0 200-400mm (met 1,4x-converter)

f/2.8 of f/4.0 prime-objectieven van 105 tot 300 mm (bij voorkeur met 1,4x-converter voor optimale scherpte).

 

Niet geschikt:

Alle consumer- en prosumer-telezooms – te herkennen doordat het maximale diafragma niet constant blijft over het zoombereik.

Bij ieder objectief waarbij de scherpte op het langste brandpunt niet optimaal is, vallen bij gebruik van teleconverters de resultaten tegen. Kort door de bocht gezegd dus: wil je langer dan 300 mm en toch een behoorlijke kwaliteit, dan gaat dat flink geld kosten.

 

Een f/2.8-telelens kun je probleemloos combineren met een 2x-teleconverter.

 
*****
 

Wil je meer weten over verschillende onderwerpen van fotografie?
Kijk dan naar onze blogpagina en volg ons op facebook!

CameraOccasion, voor al uw tweedehands Canon en tweedehands Nikon body's en lenzen.
Ook voor kijkers en scopes van Swarovski, Leica, Vortex en meer bent u van harte welkom in onze winkel!
 




CameraOccasion
Geldersestraat 68
4191 BD Geldermalsen

 

Wij maken gebruik van cookies om onze website te verbeteren, om het verkeer op de website te analyseren, om de website naar behoren te laten werken en voor de koppeling met social media. Door op Ja te klikken, geef je toestemming voor het plaatsen van cookies zoals omschreven in onze privacy- en cookieverklaring.